Orgel – Van Oeckelen


Van Oeckelen Orgel

De dispositie van het Van Oeckelen-orgel: (1856)

Hoofdwerk: (C-f3) Nevenwerk: (C-f3) Pedaal
Bourdon 16 Fluit Douce 8 C-d1, aangehangen
Prestant 8 Salicionaal 8 manuaalkoppel, B/D
Holpijp 8 Viola di Gamba 8
Octaaf 4 Octaaf 4
Nachthoorn 4 Fluit 4
Fluit 2 Fluit 2
Mixtuur 3-4 st. B/D Vox Humana 8
Cornet 4 st. Tremulant
Trompet 8 B/D